Vervolgonderzoek water Rietplas
| Het college van B&W van Emmen en het waterschap Velt & Vecht hebben besloten een vervolgonderzoek te laten verrichten naar de oorzaken van het in grote getale voorkomen van de slijmalg in de Rietplas in Emmen. De onderzoeksresultaten tot nu toe, geven aan dat het gedijen van de slijmalg voornamelijk komt door de aanwezigheid van grote hoeveelheden zwevende leemdeeltjes in het water. De aanwezigheid van de slijmalg in het water van de Rietplas is een doorn in het oog van omwonenden en recreanten, maar ook van gemeente, waterschap en provincie. Om een afdoende oplossing voor het probleem te vinden is in januari 2002 in opdracht van het waterschap en de gemeente een onderzoek gestart. Het ingenieursbureau Witteveen + Bos uit Deventer heeft voor het onderzoek gespecialiseerde kennis ingeroepen van de Katholieke Universiteit Nijmegen en het NIOO, het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek. De onderzoekers hebben hun bevindingen inmiddels aan de opdrachtgevers aangeboden. Uit het onderzoek komt naar voren dat in het water grote hoeveelheden leemdeeltjes zweven. Oorzaak hiervan is dat bij het opzuigen van het zand ook het leem in de bodem wordt opgezogen. Het met leem verzadigde water wordt – nadat het zand daaruit is bezonken, teruggestort in de Rietplas waardoor de hoeveelheid zwevende leemdeeltjes toeneemt. Dit gegeven in combinatie met de chemische samenstelling van het water, is tot nu toe de belangrijkste oorzaak voor de hoge concentratie slijmalg in het water. Op grond van de nu verkregen onderzoeksgegevens kunnen echter (nog) geen definitieve oplossingen gekozen worden. Omdat het buiten de opdracht van het onderzoek viel, ontbreekt nog informatie over het water dat van hoger gelegen (landbouw-)gronden ondergronds naar de Rietplas stroomt. De Rietplas wordt voornamelijk met dít water gevuld. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de grondwaterfluctuaties zijn, welke kwaliteit dat water heeft en wat de samenstelling is van de zandbuffers waar het grondwater doorheen sijpelt. Het laten uitvoeren van een vervolgonderzoek betekent niet dat er geen voorlopige maatregelen genomen kunnen worden om de problemen niet te verergeren. Zo zal worden geprobeerd om de wijze van zandwinning in de Rietplas zodanig aan te passen dat de leemhoeveelheid in het water niet verder toeneemt. Daartoe wordt overwogen het opgezogen water - nadat het zand daaruit is bezonken, niet terug te storten in de Rietplas maar in de los daarvan gelegen buffer. Het leem in het retourwater kan dan in deze buffer bezinken en komt niet in de Rietplas terecht. Met de zandwinner vindt momenteel overleg plaats over deze mogelijkheid en onder welke condities dit kan worden gerealiseerd. Voor het vervolgonderzoek zullen rondom de Rietplas een aantal peilbuizen worden geplaatst. Daarin wordt meetapparatuur neergelaten die onder meer de fluctuatie van de grondwaterstanden meet. Verwcht wordt dat, om de fluctuaties goed te kunnen volgen, het onderzoek ongeveer een jaar in beslag zal nemen. Verder zullen in het vervolgonderzoek regelmatig grondwatermonsters worden genomen om de waterkwaliteit te bepalen en zal in relatie tot het functioneren van het hele ecosysteem ook gekeken worden naar de visstand in de kanovijver. Het totaalbeeld dat te zijner tijd beschikbaar komt zal de basis zijn voor de keus voor een definitieve oplossing. Alle omwonenden van de Rietplas worden per brief en een korte samenvatting van het rapport op de hoogte gesteld. |
|
Meer nieuws
|
| Er is nog niet gereageerd op dit nieuws item. | |
| Om te reageren moet je zijn ingelogd. |






