Voor de liefhebbers van sport in zijn uiterste vorm, hieronder een stuk over topsporters. Topsporters en hun beegeleidingsteam die zoeken naar het biomechanisch uiterste. Op zoek naar superieure eigenschappen en grensverleggende mogelijkheden. Een stuk over genetische doping.
Doping waar wij kitesurfers nog niet aan denken, wij zijn met wind en tricks bezig, verleggen onze grenzen wel in grote sprongen maar gebruiken hiervoor de meest natuurlijkste vorm. En wie weet, worden wij een mooi voorbeeld van een perfect pure sport. Snel, ver en heel hoog en dat allemaal door te spelen met de bestaande kracht uit de natuur. Die selectie is ons talent.
De zwaartekracht verliest zijn vat op ons. Geen grensverleggende doping want de luchtweerstand werkt ook mee. Met een Van Kesteren mach1 kiteloop sluist hij ons weerstandloos door de geluidsbarriere op zoek naar de knal. Voor deze superieure eigenschappen gaan wij echt niet in behandeling. Wil je echt sneller, verder en hoger, koop dan een kite!
Sporters, begeleiders, medici, wetenschappers en filosofen krijgen de komende weken op deze plek de ruimte om antwoord te geven op de vraag: wat betekent de komst van genetische doping voor de toekomst van sport en sporter? In deel 2 betoogt Henk Kraaijenhof. Hij was ruim 25 jaar coach en tegenwoordig actief als Technisch Directeur en performance consultant in de internationale sportwereld. Kraaijenhof is onder meer bekend als coach van Nellie Cooman, Merlene Ottey en Troy Douglas.
Gecontroleerd pionieren "Onze kennis op het gebied van genetica maakt een explosieve groei door. Deze kennis zal ongetwijfeld in de toekomst van groot belang zijn voor het oplossen van puur medische vraagstukken zoals het bestrijden van genetische aandoeningen, screening van risicofactoren, uitbreiding van het therapeutische arsenaal, individualisatie van medicatie op basis van genetische factoren of het ontwikkelen van voeding op basis genetische factoren (nutrigenomics). Kortom, een ontwikkeling met verregaande implicaties.
Ook de topsport, een van de weinige overgebleven grensgebieden van ons maatschappelijke bestaan waar mensen de grens van hun fysieke en psychische mogelijkheden opereren. Sport komt van oorsprong voort uit de voorbereiding voor de jacht of de strijd. Sport leeft bijna bij de gratie van conflict, competitie en progressie. Geen wonder dat, net zoals in geval van gewapende conflicten, mensen vinden dat alles geoorloofd is om hun doel te bereiken en dat technologische ontwikkelingen snel worden geaccepteerd en toegepast. Soms zelfs zijn technologische ontwikkelingen het gevolg van deze motivatie.
Doping is altijd en overal een integraal onderdeel van de topsport geweest. Topsporters hebben altijd geprobeerd op welke wijze dan ook een voordeel te behalen ten opzichte van hun tegenstanders, van het eten van geitenvlees en het drinken van schildpadbloed tot het gebruik van lichaamseigen hormonen, van electrostimulatie tot hypoxie-huis, van koude kamers (-110 graden Celsius) tot Omegawave, van klapschaats tot racefiets, van zwempak tot polsstok. Daar waar het gaat om farmacologische preparaten zijn sporters vaak de eerste proefkonijnen geweest, zelfs daar waar het gaat om experimentele preparaten of experimentele doseringen.
Geen wonder dat men gezien de ontwikkelingen van gentherapie anticipeert op het gebruik van gentherapie ter verbetering van het prestatievermogen. Er zijn uiteraard sterke krachten, zoals overkoepelende sportorganisaties, bijvoorbeeld het IOC, die deze ontwikkeling signaleren en proberen tegen te gaan. Men moet niet vergeten dat deze organisaties en hun denkbeelden stammen uit het Victoriaanse tijdperk en zowel hun ondemocratische structuren, hun paternalistische gedachten en hun morele hypocrisie niet zijn meegegaan met internationale maatschappelijke, politieke, sociologische en psychologische ontwikkelingen.
Termen als “fair play” hebben in de hedendaagse samenleving geen plaats meer. Hun strijd tegen genetische doping in de toekomst zal zijn als de nobele strijd van Don Quichote tegen windmolens. Gentherapie zal technisch verder ontwikkeld worden en zal gebruikt worden om topprestaties te verbeteren. Een paar mogelijke toepassingen van gentherapie in vivo liggen nu al voor de hand, zoals het gebruik van: -EPO gen: verbetering van het aerobe uithoudingsvermogen in duursport -MGF gen: toename van spiermassa -PGC-1-alfa gen: stimulering slow twitch spiervezels -FGF gen: reparatie van kraakbeen weefsel (blessures)
Met de intrede van genetische modificaties komt de topsport voor een keuze te staan:
1. de tenten vouwen als zijnde maatschappelijk gezien een nutteloze, geldverspillende, criminele en gevaarlijke tak van de entertainment-industrie en een slecht voorbeeld voor de jeugd of
2. topsport te accepteren als een grensgebied van menselijke activiteiten waaraan voor de deelnemers altijd een zeker risico zal zijn verbonden, en proberen deze risico’s te minimaliseren door een interactie tussen de praktijk en de biomedische wetenschap zodat de topsport een pioniersfunctie kan blijven uitoefenen die op vele vlakken weer van maatschappelijk belang kan zijn."
|